Carbone
Het resultaat? Een reeks experimentele innovaties die niet alleen afvalstromen verminderen, maar ook ambtelijke werkculturen durven uitdagen. Onderzoeker Simon De Muynck, coördinator van het Carbone-project, blikt terug op de krachtlijnen van deze ambitieuze aanpak.
Wat is het Carbone-project?
Carbone is opgezet om te testen hoe lokaal geproduceerd groenafval - denk aan snoeisel, bladeren of gemaaid gras - niet langer als afval, maar als grondstof kan worden behandeld. Verschillende Brusselse gemeenten en administraties gingen samen met onderzoekers aan de slag om nieuwe manieren van verwerken en hergebruiken te onderzoeken.
"Het Carbone-project draaide om het hercirculeren van duizenden tonnen groenafval die werden geproduceerd door gemeentelijke administraties."
Het project draaide dus niet alleen om technische oplossingen, maar ook om institutionele verandering: hoe kunnen bestaande regels, waarden en gewoontes meebewegen met een circulaire logica?
Van uitdaging naar systeemaanpak
In de meeste gemeenten is het lineair afvoeren van groenafval de norm. Carbone stelde zich tot doel daar iets nieuws in te brengen. Niet alleen door innovatie te introduceren, maar ook door letterlijk iets nieuws te "institutionaliseren": circulaire waarden, nieuwe verantwoordelijkheden en een andere kijk op kosten en functies binnen de administratie. "Innovatie betekent iets nieuws invoeren in iets bestaands” vertelt Simon.
In die zin was het project een krachtmeting tussen het bestaande systeem en nieuwe praktijken.
Hoe heeft Innoviris jullie geholpen?
De steun van Innoviris maakte het mogelijk om risico's te nemen. Zonder deze financiering hadden de betrokken gemeenten zich wellicht niet gewaagd aan experimentele innovaties. De middelen gingen niet alleen naar onderzoeksuren, maar ook naar de infrastructuur die nodig was om alternatieve verwerkingswijzen van groenafval te testen.
"We hadden nooit het risico kunnen nemen om experimentele innovaties in de gemeenten te testen... dat past niet binnen hun werkcultuur."
Simon De Muynck benadrukt dat zonder die steun het simpelweg niet mogelijk was geweest om dit uit te voeren binnen de werkcultuur van een gemeente.
Wat verstaan jullie onder innovatie?
In Carbone wordt innovatie niet gezien als een gadget of technologische snuf. Het is de poging om iets nieuws te brengen in iets bestaands: nieuwe waarden, andere prioriteiten, en een herijking van wat als normaal wordt beschouwd. In die zin sluit het project aan bij ideeën over institutionele vernieuwing: de spanning tussen behoud en verandering, tussen structuur en creativiteit.
Betekenisvol werk in en voor Brussel
Voor de onderzoekers zit de voldoening in drie elementen: de vrijheid om methodologisch te experimenteren, de verbondenheid met het Brusselse stedelijke weefsel, en het streven naar reële impact. Het is onderzoek voor Brussel, door Brusselaars, met Brusselaars. Ze kiezen bewust voor onderzoek dat verankerd is in de praktijk en dat samen met lokale actoren wordt ontwikkeld. Dat maakt de aanpak niet alleen academisch relevant, maar ook maatschappelijk waardevol.
Wat brengt de toekomst?
Een belangrijke onderzoekslijn binnen Carbone was de vraag of de innovaties ook konden blijven bestaan na afloop van het project. Sommige praktijken zijn ondertussen ingebed in het reguliere beleid van bepaalde gemeenten; andere bleken moeilijker houdbaar. Vandaag onderzoeken enkele onderzoekers in samenwerking met studenten van de ULB wat er precies van overblijft.
"We hebben een dossier ingediend... om studenten te begeleiden die deze analyse kunnen maken en daarmee jullie vraag echt kunnen beantwoorden."
Want echte systeemverandering vraagt tijd: meer dan een klassiek projectfinancieringstraject toelaat.
Het Carbone-project toont dat circulaire innovatie niet alleen een kwestie is van techniek, maar ook van cultuurverandering. En dat Brussel daar, stap voor stap, een vruchtbare voedingsbodem voor biedt.